Werkgelegenheid in Europa stijgt naar recordniveau

Vorig jaar, in 2016, is de werkgelegenheid in Europa gestegen naar een nieuw recordniveau. Dit is gebleken uit een onderzoek van het Europees statistiekbureau Eurostat.

Het statistiekbureau bericht dat in 2016 ruim 71,1 procent van de Europese inwoners in de leeftijdscategorie 20 tot 64 jaar een betaalde baan had. Het vorige recordniveau stamt uit 2008. Twee jaar geleden, in 2015, had 70,1 procent van de Europese beroepsbevolking werk.

Zweden is koploper

Het doel van de Europese Unie is, dat in 2020 minstens 75 procent van de 20 tot 64-jarigen een betaalde baan heeft. Vorig jaar behaalde acht Europese lidstaten dit doel al. Zweden is de koploper. Hier had 81 procent van de inwoners een betaalde baan. Andere landen met een hoge werkgelegenheid zijn Duitsland, Engeland en Denemarken. Nederland stond op de vijfde plaats. In ons land had 77 procent van de beroepsbevolking een betaalde baan.

Werkgelegenheid onder vrouwen blijft stijgen

Uit het onderzoek van Eurostat is gebleken dat zowel meer Europese vrouwen als mannen betaald werk hebben. Sinds 2010 hebben steeds meer vrouwen in Europa werk. De werkgelegenheid onder vrouwen stijgt dus al zes jaar lang onafgebroken. In 2016 was had 65,3 procent van de vrouwen in Europa een betaalde baan. Vorig jaar bedroeg de werkgelegenheid onder de mannelijke bevolking 76,9 procent. Dit is een procentpunt meer dan 2015. Toen had 75,9 procent van de mannen een baan.

Spanje hoogste begrotingstekort

Verder vermeld Eurostat dat vier Europese lidstaten in 2016 een begrotingstekort van 3 procent of meer hadden. Spanje had een tekort van 4,5 procent en stond hiermee bovenaan. Frankrijk deed het iets beter en had een tekort van 3,4 procent. Het Verenigd Koninkrijk en Roemenië hadden beiden een begrotingstekort van 3 procent van het BBP (het bruto binnenlands product).

Roemenië heeft de hoogste staatsschuld

Het Europese statistiekbureau bericht ook dat 16 Europese lidstaten vorig jaar een staatsschuld hadden van meer dan 60 procent van het BBP. Het land met de grootste overheidsschuld was Roemenië. Deze schuld bedroeg 37,6 procent. Estland had slechts een staatsschuld van 9,5 procent en deed het dus erg goed. Dit geldt ook voor Luxemburg (20 procent), Bulgarije (29,5 procent) en Tsjechië ( 37,2 procent).

Werkgelegenheid

Werkgelegenheid of tewerkstelling is de aanwezigheid van voldoende werk is voor de beroepsbevolking van een streek of land. Werkgelegenheid is te onderscheiden van het ontbreken van werkloosheid: hoewel het toenemen van werkgelegenheid een daling van de werkloosheid kan veroorzaken, kan het ook een groei van de beroepsbevolking bewerkstelligen, waardoor de werkloosheid netto zelfs kan stijgen.

De werkgelegenheid van een project of sector kan worden onderverdeeld in drie subcategorieën.

  1. Directe werkgelegenheid: aantal mensen werkzaam binnen een project of sector
  2. Indirecte achterwaartse werkgelegenheid: werkgelegenheid bij de toeleverende industrie aan een project of sector die verband houdt met het betreffende project of de betreffende sector
  3. Indirecte voorwaartse werkgelegenheid: werkgelegenheid die kan ontstaan als gevolg van spin-off effecten die veroorzaakt worden door een nieuw project

Er is volledige werkgelegenheid, wanneer alle werknemers die willen werken een arbeidsplaats kunnen vinden. Dit betekent niet per se een werkloosheid van 0%, maar meestal een acceptabel geacht niveau dat rekening houdt met bijvoorbeeld frictiewerkloosheid en seizoensgebonden werkloosheid.

Of volledige werkgelegenheid mogelijk is en hoe die dan te bereiken is, staat ter discussie. Zowel de klassieke economen als de twintigste-eeuwse monetaristen geloofden sterk dat de vrije marktvoor volledige werkgelegenheid zou zorgen, of andersom, dat alle werkloosheid in een ongereguleerde markt vrijwillig is.[1] Van Karl Marx en Friedrich Engels is de stelling afkomstig dat volledige werkgelegenheid onmogelijk is binnen een systeem van ongereguleerd kapitalisme: dit heeft behoefte aan een “industrieel reserveleger” van werklozen om de prijs van arbeid te drukken. John Maynard Keynes betoogde dat alleen overheidsingrijpen volledige werkgelegenheid zou kunnen scheppen; dit advies werd na de Tweede Wereldoorlog een speerpunt van de sociaaldemocratie.